Individuele cultuur & communicatie

Bijgewerkt op: 22 sep. 2021

Begrepen worden

Op de werkvloer zie je vaak collega’s die langs elkaar heen praten of ervan uitgaan dat de ander hen begrepen heeft terwijl dat achteraf niet zo blijkt te zijn. Mensen raken dan gefrustreerd en krijgen minder gedaan dan ze zouden willen. Dat kan anders.

De basis van communicatie kennen de meeste mensen wel:

  • Je hebt een zender en een ontvanger en je kunt elkaar het beste verstaan als je in een rustige ruimte zit.

  • Om goed te begrijpen wat de ander zegt moet je luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD).

Als cognitief antropoloog wil ik het graag hebben over twee kanten van communicatie die in de meeste organisaties niet op een toepasbare manier worden meegenomen in trainingen: cognitie en individuele cultuur. Met cognitie bedoel ik: hoe je hersenen waarnemingen interpreteren en opslaan. Oftewel: hoe je je verhoudt tot je omgeving. Andere mensen zijn onderdeel van die omgeving. Met individuele cultuur bedoel ik: het geheel aan cognitieve schema’s in het hoofd van een fysiek individu. De welbekende “bril” waardoor je naar de wereld kijkt is een onderdeel van je individuele cultuur.


Cognitie

Je hoofd slaat die informatie niet willekeurig op. Nieuwe informatie wordt gekoppeld aan informatie die al in je hoofd aanwezig is. Een cognitief schema is een systeem dat je hoofd gebruikt voor het ordenen en waarnemen van nieuwe informatie. Je interpretaties van waarnemingen worden in deze schema’s opgeslagen. Als zich een situatie voordoet die je herkent, dan wordt het cognitieve schema geactiveerd dat bij die situatie hoort.



Als je in die situatie dingen waarneemt die niet kloppen met je cognitieve schema, dan ervaar je cognitieve dissonantie. In het dagelijks taalgebruik wordt dit ook wel ‘kortsluiting’ genoemd. Je hoofd vindt het niet fijn om in een staat van cognitieve dissonantie te blijven. Het voelt niet comfortabel, dus gaat het aan de slag om die dissonantie op te heffen. Bij ieder element dat niet klopt maakt je hoofd bewust of onbewust (meestal het laatste) de keuze of het schema aangepast moet worden, of dat er wordt getwijfeld aan de waarneming. Interessant genoeg vindt het laatste best vaak plaats. De schema’s voelen vertrouwd en geven je een gevoel van veiligheid. Mensen zijn van nature cognitieve ‘minimumlijders’. Daarom past je hoofd ze niet zomaar aan. Het kost meer energie om het schema aan te passen dan om de conflicterende waarneming te negeren.


Individuele cultuur

Je beleeft de wereld om je heen altijd vanuit je eigen cognitieve schema’s. Die cognitieve schema’s samen vormen je individuele cultuur. Ze bevatten onder andere je normen en waarden, je overtuigingen, de manieren waarop je je waarnemingen indeelt in categorieën, de groepen waartoe je jezelf rekent, de mensen door wie je je laat inspireren, je vaardigheden (taalkundig, muzikaal, wiskundig, sociaal, etc.), de manieren waarop je communiceert en de rollen die je aanneemt in verschillende situaties.

Bepaalde delen van die individuele cultuur kun je gemakkelijker aanpassen dan andere. De psycholoog David McLelland geeft met zijn ijsbergmodel (zie afbeelding) aan in welke mate bepaalde onderdelen van je individuele cultuur zichtbaar en aanpasbaar zijn.



Effectief communiceren

Om een boodschap goed aan te laten komen, is het belangrijk om te weten hoe de ander jouw communicatie interpreteert. Daarvoor moet je weten wat iemand kan begrijpen en onthouden. Daarbij is het belangrijk om te weten hoe communicatie werkt.

Als je wilt dat de ander je boodschap begrijpt, moet je rekening houden met de volgende zaken.

  • Hoe meer iemand nadenkt over de betekenis van de informatie, hoe waarschijnlijker het is dat de ander zich die informatie laten weer zal herinneren.

  • Informatie wordt beter onthouden als je niet alleen in woorden uitleg geeft, maar ook plaatjes of een video laat zien over hetzelfde onderwerp.

  • Concrete woorden als “auto”, “huis”, en “boek” worden beter onthouden dan abstracte woorden als “waarheid”, “verraad” en “berouw”.

  • Informatie waarmee iemand eerder op een passieve manier in aanraking is gekomen, zorgt ervoor dat die persoon gemakkelijker nieuwe dingen leert over dat onderwerp.

  • Woorden die bekend zijn bij zowel spreker als toehoorder, worden vrijwel altijd verschillend begrepen. Dit komt doordat woorden niet alleen een letterlijke betekenis hebben, de zogenaamde “denotatie” (ook wel: woordenboekbetekenis), maar ook connotaties. Een connotatie is een bijbetekenis. Die bijbetekenis kan zowel een gevoel zijn als bepaalde andere woorden of concepten waarmee iemand een woord in verband brengt. Dat heeft te maken met hoe je hersenen werken. In je hersenen is informatie opgeslagen in een netwerkvorm (niet als lijstjes). Een woord krijgt betekenis door de andere woorden en gevoelens waaraan het in je hersenen gelinkt is. Als je brein bijvoorbeeld het woord broccoli hoort, dan worden ook een of meerdere van de volgende associaties opgeroepen: groen, eten, gezond, tuin, supermarkt, etc. En als je een James Bond-fan bent waarschijnlijk ook: Alberto en filmregisseur.


Uit het lijstje hierboven komen de volgende tips voor effectieve communicatie voort.

  • Communiceer op zo’n manier dat je de ander laat nadenken over wat je wilt overbrengen.

  • Pak ook eens een foto en/of video erbij om je uitleg te illustreren.

  • Houd je verhaal zo concreet mogelijk. Gebruik concrete voorbeelden en eenvoudige woorden. Ook mensen die goed in staat zijn om ingewikkelde woorden te begrijpen, zullen je verhaal beter begrijpen als je eenvoudige woorden gebruikt.

  • Zorg ervoor dat er geen ruis is in de communicatie tussen de zender en de ontvanger. Dit kun je tussendoor checken door te luisteren, samen te vatten en door te vragen (LSD). Ruis kan verschillende vormen aannemen:

  • Fysieke ruis: door omgevingsgeluid kan de toehoorder de woorden van de spreker niet verstaan.

  • Cognitieve ruis: de toehoorder is afgeleid door andere prikkels, waardoor de aandacht voor wat de spreker zegt vermindert. Deze prikkels kunnen zowel extern (van buitenaf) zijn als in de vorm van gedachten of piekeren.

  • (Sub)culturele ruis: de toehoorder kent een andere betekenis toe aan de woorden die hij hoort dan de spreker.



  • Sluit met je communicatie aan bij de belevingswereld van de ander. Dan is de kans veel groter dat de ander begrijpt wat je bedoelt. Als je communiceert over een onderwerp dat (of op een manier die) te ver afstaat van de belevingswereld van de ander, dan heb je grote kans dat diegene afhaakt. De kans dat er dan cognitieve ruis optreedt is vrij groot.



18 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven